|
5 augustus
Ik hou van luchthavens. En ook van treinstations. Als er in de inkomhal
maar van die immens grote borden hangen, waarop de vertrek- en aankomsttijden
staan vermeld. Met letters die één voor één
ratelend plaats maken voor hun opvolger, om dan samen de namen van de meest
exotische bestemmingen prijs te geven. Plaatsen waarvan ik als kind alleen
maar kon dromen. Ondertussen staan er al heel wat namen bij die menig intense
herinnering bij me oproept. En ook deze keer vertrek ik naar ver voorbij
de horizon, mijn kinderdromen achterna. Papua Nieuw Guinea, here I come!
De reis zal in totaal zo'n 36 uur in beslag nemen. Tijd genoeg dus om te
schrijven. Momenteel zit ik in London Heathrow te wachten om te boarden.
Het vliegtuig vertrekt over een uur. Ik vecht tegen de slaap. Gisteren heb
ik de laatste voorbereidingen getroffen (lees:bijna alle). Ik heb een hele
voorraad koffie, pakjessoep, zwanworstjes en prentkaarten in mijn rugzak
gepropt. Voor mijn kleren was er amper plaats. 't Is maar dat ik de mensen
ginder wat kan teruggeven als ze mij een maaltijd of onderdak aanbieden.
Vannacht ben ik dan nog eens lekker gaan stappen. Van die opgetutte house-freak
blijft er nu niet veel meer van over. Ik loop weer rond in backpackersplunje,
zo onopvallend mogelijk. Ik heb honger. Ik heb de laatste dagen geen hap
meer door mijn keel gekregen. Ik geef het toe. Ik ben ontzettend bang. Bang
voor het onbekende. Weggerukt uit je vertrouwde wereld en ver weg van je
vrienden, ben je als mens tenslotte maar een klein wezen.
6 augustus - Kuala Lumpur International
Airport
De luchthaven van Maleisië blijkt te beschikken over een hypermoderne
infrastructuur. Een schril contrast met mijn eindbestemming, dunkt me.
Het verhindert me me reeds in te leven in wat er komen gaat. Misschien
ook omdat ik die knop hier vanboven effe op off heb gezet. Ik laat de
reis maar over me heen gaan in de hoop dat op die manier die 36 uren snel
voorbij zullen zijn. Nieuwe technologieën bieden ook steeds meer
mogelijkheden om de passagiers bezig te houden. Zo had ik de voorbije
vlucht een schermpje in de rugleuning voor me. Ik kon kiezen uit verschillende
recente films, documentaires, nieuwsberichten en er was zelfs de mogelijkheid
om Nintendo-spelletjes te spelen. Daarnaast had ik op de walkman nog eens
keuze uit zo'n tiental cd's. En zo wordt onze westerse geest volgepropt
met voorgekauwde ideeën en hebben we uiteindelijk geen tijd meer
over om eens even stil te staan met wat we bezig zijn.
Zal je op me wachten
Zal je er nog zijn
als ik terugkom
met al mijn verhalen
en een beetje ik
die niet meer is
wat ze was
Zullen je armen me omhelzen
mijn lippen worden gestreeld
door je tedere kus
Wat een vreemd klein stukje in mij
dat zou willen dat het al een maandje verder was |
Langs me zitten twee prachtfoto's. 't Zou niet erg gepast zijn ze te nemen,
dus schrijf ik ze even neer. Aan de ene kant zit een wat ouder Australisch
koppel, dat de grootste lol heeft. Prachtig, gewoon! Aan de andere kant
ligt een Chinese moeder met haar dochtertje langs me op de bank. Ze troosten
elkaar. Ik vind het jammer voor ze dat ze zo verdrietig zijn. Maar de manier
waarop ze elkaar troosten is machtig mooi. Ondertussen komt er een andere
Australische dame bijzitten. Op haar schoot heeft ze een kindje van amper
een paar weken oud. Het kleine wezentje zuigt binnen de kortste keren alle
blikken naar zich toe.Het werd blijkbaar te vroeg geboren in Bangkok. “Als
ze dat overleeft, overleeft ze alles”, vertelt haar fiere moeder. Je moet
in deze wereld blijkbaar niet altijd groot en sterk zijn om te overleven.
Plotseling staat het kleine Chinese meisje naast me. Haar handjes vol met
apenootjes die ze binnen de kortste keren in de mijne deponeert. Mijn troostende
glimlach heeft blijkbaar indruk op haar gemaakt. Ik vraag haar of ze Engels
spreekt. "Dat doet ze niet", zegt haar moeder. Ik begin de nootjes
op te peuzelen en zoek ondertussen een leuke Belgische postkaart uit. Op
de achterkant schrijf ik: 'To a very nice and beautiful little girl.' (
voor als ze ooit Engels zal spreken ) Met fonkelende oogjes neemt ze de
kaart in ontvangst. Als ik ga in-checken, zegt ze het zinnetje op, dat ze
net met mama heeft ingestudeerd:“I like you!” En ik denk: “Koffiemoment!”
7 augustus - Port Moresby - Mapang
Guesthouse
Zij die me al een tijdje kennen, zal het volgende niet onbekend in de oren klinken.
Mijn rugzak is zoek. Voor hen die mij niet zo goed kennen, ik ben het al
gewend ondertussen. Ik had eerlijk gezegd niet anders verwacht. Voor de
rest valt de eerste kennismaking echt wel goed mee. De mensen hier zijn
onbeschrijfelijk vriendelijk en behulpzaam. Voor hen die nog twijfelden
Papua Nieuw Guinea IS een openup land. De mensen dringen zich alles behalve
op. Maar als je ze iets vraagt, helpen ze je onmiddelijk verder. Tot dusver
klopt dat bordje in de luchthaven wel:'Welcome in Paradise'. Maar de tientallen
waarschuwingen voor overvallen en de hoge hekken en guards rond de hotels,
brengen me snel met beide benen op de grond.
8 augustus
|
Ik ben naar het
eind van de wereld gevlogen
om te gaan kijken naar
hoe elke dag opnieuw
de zon wordt geboren
Eerst waren er de kleuren van de regenboog
die riepen:
'Een nieuwe dag, die komt eraan'
En toen in al haar glorie
steeg op uit de vuurrode zee
een gloeiende gouden bol |
Port Moresby - Airport
Mapang missionary guesthouse is een proper en gezellig onderkomen. Het
wordt momenteel gerund door 2 Amerikanen die hier al 20 jaar missiewerk
verrichten. Als op de proppen kom met mijn plannen voor vandaag, biedt
de lady me meteen een rit aan naar het centrum. Ze moet toch naar de supermarkt
en ze kan me afzetten aan het internetcafe. Een paar honder meter verder
is het Crown Plaza hotel. Ze kent er een vrouw, die er werkt en geeft
me een briefje mee voor haar. Daarin vraagt ze of ik eventueel niet meekan
met de luchthavenshuttle van het hotel. Je weet maar nooit! Da's in ieder
geval 300 fr uitgespaard. Als ik het internetcafé buitenkom, zie
ik aan de overkant van de straat mensen zitten onder een boom die rare
groene vruchten verkopen. Best een foto waard vind ik. Ze kijken me niet
bepaald vriendelijk. Toch stap ik naar ze toe en vraag of ik bij ze mag
gaan zitten. Ik probeer een conversatie op gang te brengen door mezelf
voor te stellen en naar hun namen te vragen, maar dat lukt niet zo goed.
En toch zou ik graag een foto maken. Dus vraag ik het maar op de man af.
Nee hoor, ze hebben geen bezwaar. Ik laat hen het resultaat zien op mijn
schermpje en binnen de kortste keren zijn ze razend enthousiast. Ze vertellen
me alles over chewing betelnut (die rare vrucht dus). Als ik mijn prentkaarten
bovenhaal is het hek helemaal van de dam. Ze vragen me honderduit over
Belgie. Rose vraagt of ze er eentje mag hebben. Dat vind ik wel ok. Ze
zegt dat ik nog eens moet langskomen. Dan krijg ik een bilum (draagtas)
van haar 'without charge'. He jongens, ik heb net foto's van jullie genomen.
Nu zouden jullie me ondertussen al lichtjes moeten dwingen om jullie een
dollar te geven. Ik neem afscheid en stap het sjieke hotel binnen. Mildred
bevindt zich achter de balie. Ze leest het briefje. Geen probleem, ik
kan mee! Ik ben 2 uur te vroeg op de luchthaven. Kan ik toch niet weten
dat dat hier zo vlug gaat. Eerst ga ik nog eens even achter mijn bagage
vragen. Die komt vandaag toe. Ze sturen ze achterna naar Madang. In de
hal zoek ik een plaatsje in een van de zetels. De vrouwen langs me vind
ik wel een prentje waard. Ik haal mijn camera boven en vraag om toestemming
en laat het resultaat zien. Ze vinden het prachtig. Een uur later vind
ik mezelf al zittend op de grond met de hele familie rond me. Ze hangt
aan mijn lippen als ik hen over het verre Belgie vertel. Mijnlogeerplekje
in Mt. Hagen is binnen de kortste keren beklonken. Ze zullen me onthalen
en voor me zorgen als voor een echte wantok, beloven ze. En ik denk: “Koffiemoment!”
|
|
|
 |
Port Moresby - Gateway Hotel
Ik was op weg naar Madang. Met de nadruk op ik WAS. Totdat de piloot meldde
dat we een klein probleempje hadden. 'A landing gear retraction problem' zo
noemde hij het. En dat we terugkeerden naar Port Moresby. Hij zei het heel kalm
alsof het in feite niet zo veel betekende. Heel lief van hem, maar ik weet beter!
Ondertussen zie ik al alle mogelijke scenario's voor me van niets-aan-de-hand-scenario
tot nooit-meer-iets-aan-de hand-scenario. Ik maak mezelf maar wijs dat het allemaal
goed zal aflopen. En dan denk ik: “Eindigt het zo? Denkend dat alles wel in
orde komt, terwijl...” In paniek
slagen doe ik echter niet. Ik probeer me gewoon voor te bereiden op een eventuele
harde klap mocht een van de gears niet gelocked zijn. Ik ben in ieder geval
heel opgelucht als ik veilig en wel weer met mijn voeten op de grond sta. De
andere passagiers maken zich behoorlijk druk als we te horen krijgen dat het
vliegtuig vandaag niet meer vertrekt. Ik ben gelukkig dat het zo goed is afgelopen.
Een Canadese dame loopt jammerend de terminal terug binnen: “En ik heb geen
vervoer, en ik heb geenhotel,..” Ze pakt de telefoon af van een van de bediendes
en begint meteen rond te bellen. Ze laat haar vlucht over boeken op morgenvroeg
en weg is ze. En ik? Ik ben nog steeds blij dat ik leef. Ik geef mijn ticket
af aan de bediende en haal mijnliefste glimlach boven. Wanneer ze mijn ticket
teruggeeft, zegt ze dat ik eventjes moet wchten. De bus van het Gateway Hotelzal
me zo meteenkomen oppikken. Met een beetje geduld en een glimlach krijg je hier
echt alles gedaan. Hoe het nu zit met mijn rugzak? Die staat hier naast mijn
bed op mijn kamer. 't Zijn hier bekwame mensen, zanne! Vooral als je naar ze
lacht!
9 augustus - Madang
Deze keer heb ik meer succes met mijn vlucht. Naast me in het vliegtuig zit
een man, die beweert minister te zijn. Hij vraagt waar ik ga logeren en biedt
me vervoer aan vanuit de luchthaven, wat ik dankbaar aanvaard. Eens op de luchthaven
staat Ronny me op te wachten. Dat is een vriend van een vriend van me. Het is
een van de weinige doorwinterde Belgische backpackers. Ik had hem gemaild om een paar goeie
tips te krijgen over PNG. Toen hij terugmailde bleek hij in Madang te zitten.,
waarop ik mijn reisplannen terstond wijzigde en besloot om hem zo vlug mogelijk
te gaan opzoeken. Samen met de minister en zijn 5 knechtjes rijden we naar lutheran
guesthouse. Het is een proper en supergezellig guesthouse. Nog geen hlaf uur
later staan er twee Belgen aan de deur die ronny kent van o zijn avonturen en
ook netzijn toegekomen in Madang. 4 Belgen! WAW! Wat een toeval! Want buiten
ons is hier geen toerist te zien. In Madang bevinden zich enkele resorts. Ze
zijn perperduur en er verblijfteen enkele superrijke duiktoerist en enkele zakenlui.
Regelmatig worden er conferenties gehouden. De guesthouses worden bezet door
missionarissen. Ik vind het hier eigenlijk een beetje te sjiek voor me. Aan
de waterkant is er een soort gazon met wandelpaadjes aangelegd. De locals zijn
hier net zo arm als overal. Maar hier kunnen ze wel in een prachtig park rondlummelen.
Nademiddag is het dan zover. Ik ga mijn eerste duik maken in de Pacific. Ik
en Ronny zijn de enige duikers. We worden gedropt op een prachtig rif. We gaan
op de punt in de stroming hangen en krijgen heel wat grijze rifhaaien te zien
en ook heel vaag een HAMERHAAI. Daarnaast zijn er verscheidene baracuda'sen
reuzetonijnen en al die andere mooie gekleurde schepsels. De koralen waaronder
enkele enorme buiskoralen, vormen onderwater een prachtig landschap. Of ik morgen
weer ga duiken? Wat had je gedacht?
Wantok
Je bent familie
een vriend
Ik zorg voor jou
want jij zorgt ook voor mij
Je glimlach maakt me blij
Als je weent heb ik verdriet
Als jij arm bent
ben ik niet rijk
Ik geef mijn vrijheid op
om jou te kunnen dienen
Want mijn lieve wantok
zonder jou had het arme papua
de liefde niet |
10 augustus - Madang
Sorry, jongens, vandaag is het duikdag. Ik ga 3 keer duiken. Het worden drie
van de prachtigste duiken die ik ooit heb gemaakt. Ik heb echt geen zin om uit
het water te komen. De koralen hier zijn zo mooi en hun verscheidenheid is groot.
Haaien zijn er elke duik en sepia's kom je hier ook wel tegen. Namiddag duiken
we op een wrak van een B25 't Is de mooiste versie die ik ooit heb gezien..
De vleugels zijn bedekt met de prachtigste zachte koralen.
Er bestaat een schoonheid
Die kan bedekken
De grootste wreedheid
Van de mens
Een oorlogstuig
Een killermachiune
Wordt 60 jaren later bewoond
Door de lieflijkste wezens
Die deze planeet ooit heeft gezien
Het doet me deugd te zien
Dat liefde uiteindelijk toch overwint |
11 augustus - Madang
Hier in PNG hebben ze prachtig handgemaakte beelden en maskers. Ik heb me deze morgen 2 prachtexemplaren
gekocht, nadat ik Ronny heb uitgewuifd samen met de 'pitoukes'. 't Waren niet
van de kleinste en ik heb heel Madang moeten afzoeken om 2 kartonnen dozen te
vinden die groot genoeg waren om ze in te stoppen. ( dus Sandra, begin al maar
plaats te maken in uw huisje ) In het postkantoor hebben we ze ingepakt. Het
is eigenlijk ongelooflijk hoe behulpzaam de mensen hier zijn. De bewakingsagent
heeft zich in het zweet gewerkt om de dozen ingetaped te krijgen. Voor de rest
van de dag ga ik op zoek naar een gezellig koffiemoment. Lang moet ik niet wachten.
Wanneer ik een vijver met aan de overzijde een strooien huisje en palmbomen
op de gevoelige plaat probeer te leggen, komt er een meisje voorbij met een
hele tros bananen op haar hoofd. Perfecte timing, meid! Terwijl ik haar fotografeer
vertel ik haar over Nescafe en vraag of ze een kopje l ust. Ze nodigt me uit
bij haar thuis, waar ze water kookt. Ze maakt 2 grote tassen koffie, die we
lekker gezellig keuvelend leegdrinken. Van haar zusje krijg ik een zelfgemaakte
bilum. Ze geeft me nog een rondleiding op de markt en moet er dan plotseling
van door. Ergens is er blijkbaar een gevecht geweest en werd er iemand neergestoken.
Ik denk dat het een wantok is, want ze moet er onmiddelijk naar toe. Een wreed
einde voor een heerlijk koffiemoment!
12 augustus - Goroka
Vandaag trek ik het echte avontuur tegemoet. Ik laat het vredige,
bijna paradijselijke Madang achter me en vertrek naar de Highlands, het wilde
westen, daar waar er nog stammenoorlogen worden uitgevochten. De pitoukes wuiven
me uit als ik met de PMV richting Goroka vertrek, midden tussen de cocosnote n
en de babystruisvogels. Naast me zit de kleine Michael bij zijn moeder op de
schoot. Hij lacht zo ontzetten lief. Het duurt niet lang vooraleer hij een nieuw
speelgoedje gevonden heeft: een blanke vrouwenhand. Terwijl mijn hand blootgesteld
wordt aan de nieuwsgierigheid vn het kleine ventje, rijden we inmiddels de stad
buiten. De weg is over het algemeen in een goede staat, maar soms wordt het
toch een beetje hobbelig en meer dan eens moeten we een riviertje doorsteken.
Mijn ogen glijden over het landschap. De ondoordringbare jungle maakt geleidelijk
aan plaats voor de bergen. Deze lijken wel bedekt door groene tapijten. Op de
flanken prijkt menig strooien hutje. Soms verlaten, maar soms is er wel een
gans dorp. Het landschap dat fel afsteekt tegen de diepblauwe hemel en de spoierwitte
wolken, is betoverend mooi. Zo mooi, dat ik er tijdens de de 5 uur lange rit
niet eens toe kom om in slaap te vallen.Mijn medepassagiers zorgen heel goed
voor me. Ze vertellen me precies wat ik beter wel of niet zou doen. Eens in
Goroka begeleidt een van hen me zelfs tot aan mijn guesthouse. Ge zoudt er schrik
van krijgen. Vooral na al die
waarschuwingen die ik deze week heb moeten aanhoren. Ik laat mijn bagage achter
en ga op verkenning. Ik word aangetrokken door de achterbuurten. Maar als ik
ze wil betreden houdt een jonge man me tegen. Hij zegt dat dat veel te gevaarlijk
is. Hij biedt zich onmidelijk aan als gids en neemt me mee buiten de stad om
naar een kofiefabriek en de plantages te gaan kijken. Die zijn natuurlijk gesloten!
Hallo, 't is zondag vandaag! Dan maar gaan internetten. Even gaan kijken of
mijn foto's al op de site staan. De enige mogelijkheid is Bridge Paradise Hotel,
maar daar wordt ik met een kluitje in het riet weggestuurd.. “Internet is alleen
voor hotelgasten”, zegt de receptioniste. De moed zakt me in de schoenen: geen
foto's, geen internet, geen koffie en ook geen wantoks om een babbeltje mee
te slaan. 't Zit me niet mee vandaag. Paul neemt me dan toch maar mee naar zijn
achterbuurt.. Ik begin de eerste foto's te nemen. De mensen vinden het geweldig.
Ik heb nog nooit een volk ontmoet, dat zo graag op de foto staat. Al vlug ben
ik mijn tegenslag vergeten. Ik heb misschien geen koffie om mijn ingewanden
te warmen. Maar ik heb wel menig mensenlach. En dat verwarmt mijn hart!
13 augustus - Mt.Hagen
't Is tien voor zeven als ik de deur van Lutheran Guesthouse achter me dichttrek. Ik stap in de richting
van de markt, waar de PMV's verzamelen. Ik ben nog niet halfweg als er eentje
voorbij rijdt. “Hagen, hagen, hagen”, roept de bijrijder heel vlug achter elkaar.
„Hagen!”, roep ik terug en voor ik het weet ligt mijn rugzak in het busje. Na
een half uurtje rondrijden en ge-HAGENHAGEN vertrekken we overvol naar Mt. Hagen.
Eerst nog even tanken. Ziezo het PMV ritueel is weer compleet. Het duurt 5 minuten,
maar uiteindelijk is er toch weer iemand die op mijn schouder tikt en me begint
uit te vragen. Ook nu haal ik mijn prentkaarten boven. Ze gaan heel de bus rond.
Je zou het niet verwachten, maar ik krijg ze allemaal netjes terug. Ik vind
het heerlijk om in zo'n PMV rond te hotsen. Het is enorm gezellig met al die
lieve mensen. Het landschap is nog steeds indrukwekkend mooi. Maar de mensen
zijn niet erg blij als ik mijn fototoestel bovenhaal. “Rascals!” Onderweg komen
we een hutje tegen, waar kinderen kroontjes maken van versgeplukte bloemen.
De helft van de passagiers koopt er een, dus doe ik het ook maar. Lijkt me wel
leuk. Ergens anders zou ik het toeristische flauwe kul gevonden hebben. Ik heb
echter buiten mijn 3 wantoks geen toeristische ziel gezien sind ik hier ben
toegekomen in PNG. 't Zal dus wel authentiek zijn. De wegen zijn
in veel slechtere staat dan die van gister. Er zijn ook heel wat meer bochten.
Desondanks racen de chauffeurs lustig ddor. Autorijden kunnen ze wel. Hoe verder
we vorderen, hoe talrijker de hutjes worden en hoe talrijker de bordjes met
Nescafe. Je ziet ze overal. Daar waar je ergens anders op de meest onmogelijk
plaatsen coca-cola vindt, vind je hier nescafe. Het landschap wordt steeds meer
en meer overheerst door koffie- en theeplantages. Na 4 uur komen we toe in Mt.
Hagen. Ze weigeren me af te zetten bij de PMV-stop. Ze stoppen vlak voor de
deur van het kantoor van Haus Poroman Lodge en wachten tot ik veilig binnen
ben. Tot mijn grote teleurstelling hebben ze geen kamers voor backpackers en
een gewone kamer is te duur. Ze sturen me door naar een missionary guesthouse.
Moet ik toch de onveilige straat op. Ik geerf mijn kroontje aan een vrouw aan
de kant van de weg. Ik ben al gepakt en gezakt genoeg zonder dat ding. Nadat
ik ben ingecheckt, trek ik de stad in. Ondertussen is het beginnen te regenen.
En nog niet zo'n beetje! Ik heb enorme dorst. Ik loop een winkel binnen en koop
er een cola en twee broodjes. Buiten zet ik me tegen de muur tussen de andere
localks, waar ik mijn middagmaal nuttig. Als ik mijn fototoestel bovenhaal om
spelende kinderen in de regen te fotograferen, wordt ik op de schouders getikt
door een vrouw. “Rascals!” Regen, geen foto's geen koffiemoment. Daar word ik
depressief van. Dan maar internetten. Dan kan ik nog een paar foto's doormailen.
Vergeet het maar! Geen cd-rom drive! Toch even de mail checken. Al vlug ben
ik nog een teleurstelling rijker. De vorige foto's zijn niet toegekomen. Ik
ben mijn schrift vergeten, dus ik heb snel gedaan. Als ik wil afrekenen, zie
ik een laptop staan. Ik zet mijnliefste pruillipje op en doe mijn verhaal. Yes,
ik krijg ze in beweging! Een half uurtje later kan ik eindelijk mijn foto's
op de PC zetten en kan ik ze rustig op mijn gemakje bekijken. Zozo, hopelijk
is het nu wel gelukt. In het guesthouse is natuurlijk weer geen mens te zien.
Buiten het Amerikaans koppel dat het uitbaat. Er is wel een gezellige openhaard
en een schattig jong katje. Dit wordt een eenzame week.
Wat is God
Is hij groot
Is hij almachtig
Geeft hij de rust en de warmte
Waar elke mens zo naar verlangt
Als ik deze mensen geloven mag
Ja, amen, halleluja!
Maar is het niet triest
Dat mensen een God nodig hebben
Om hun leven te beteren
Om niet langer slecht
En vol wrok te zijn
Is het niet triest
Dat de lach van een kind alleen
Een hart niet kan laten smelten
Mensen geen warmte kunnen halen
Uit een zon die gratis schijnt |
14 augustus - Mendi
Vandaag probeer ik tot in tari te geraken. Dat zal alles behalve gemakkelijk
zijn. Thomas brengt me met zijn auto naar de PMV-halte. Thomas is een goed christen.
Deze morgen was hij zijn Bijbel al aan't lezen en bij
het ontbijt sprak hij dan ook een dankgebed uit. Als ie voor het starten van
de auto weer begint te bidden, vind ik het echter wel een beetje overdreven.
Maar als ik even later zie hoe hij achteruit de straat op rijdt, begrijp ik
meteen waarom. Weldra hobbel ik weer op het ritme van een vrolijk deuntje door
de Highlands. De omgeving is nog steeds prachtig, maar ligt nu grotendeesl bedolven
onder een dikke sluier van wolken. En… het regent! Ik voel me niet echt op mijn
gemak. Ik versta weinig van het taaltje dat mijn medepassagiers brabbelen. De
woorden roadblock en rascal vallen echter een paar keer te veel naar mijn goesting.
En ja, hoor! Vlak voor we Mendi binnenrijden, worden we tegengehouden door 6
mannen. Plotseling is het muisstil in het busje. Door het raam worden onze bezittingen
gekeurd. Gelukkig zit mijn camera in mijn bilum. Op die manier valt ie helemaal
niet op. We komen er goed vanaf. Ze vragen een kleine som aan de bijrijder en
we mogen doorrijden. Wanneer ik uitstap in Mendi, word ik binnen de kortste
keren omsingeld door een massa mensen. Het is maar een klein stadje en iedereen
wil de laatste nieuweling wel gezien hebben. Vooral als het een witte madam
is! Ik informeer naar en PMV naar Tari. Die blijkt er niet te zijn. De weg is
in zeer slechte staat na de regen van de laatste weken en er heersen onderweg
ook stammenoorlogen. Ik wil het lot niet tarten en besluit dan maar om in Mendi
te blijven. Tomara
brengt er me naar een guest house en neemt me mee op sleeptouw door het stadje
en de settlements. Allereerst koop ik een paraplu. Het regent hier dat het giet.
Dat doet het al weken blijkbaar. Op deze manier is de lol er snel vanaf. Overal
zie ik mensen in de modder ploeteren. O, wat haat ik deze situaties. Ik maak
ze telkens opnieuw mee op mijn reizen. Stikalleen in een godvergeten gat zitten,
waar het danook nog eens pijpestelen regent! Ik wil hier weg! Maar ik moet blijven,
want vrijdag start de Mt.Hagen-show. Dat is een festival waar alle stammen uit
de buurt in traditionele kledij aan deelnemen. Een must, dus! Ondertussen zit
ik hier toch maar vast. Ik zou wel kunnen janken. Tot zondag zit ik hier vast
in dit slechte weer. Het enige waar ik nog een beetje plezier kan uithalen,
is het begroeten van de mensen. Ze hebben allemaal zo'n mooie magische glimlach.
Dat geeft me kracht om telkens weer mijn mondhoeken omhoog te trekken. PNG is
echt een raar land. Ik heb nog nooit zo'n vriendelijke, behulpzame en bezorgde
mensen ontmoet. Maar nooit eerder werd er mij zoveel voor criminaliteit gewaarschuwd.
Waar ik ook maar kom, zorgen de mensen voior mij. Maar verliefdheid of liefde
kennen ze niet, zegt Tomara. En ik die dacht dat liefde een oerbehoefte was
van het menselijk wezen. Liefde een maat voor beschaving? Of intellectuele ontwikkeling?
Brrrr?
Waarom
verlaten wat veilig is
Waarom achterlaten wat rijk is
Is het wel zo verstandig te denken
dat liefde in armoede te vinden is
Waarom naar mensenhanden reiken
als hun boot naar een andere horizon vaart
Hoe ver moet een mens dan reizen
vooraleer de onrust in zijn hart bedaart? |
Elke
seconde thuis
zonder lach
is een eeuwigheid
ondankbaarheid
voor het voorrecht
dat ik leven mag
in de weelde van geborgenheid
Waar boze woorden pijn doen
harten koel zijn door verdriet
alleen daar
daar is er hoop
dat men op een dag
doorheen de sleur
de kleur van liefde ziet |
Ik zit hier in dit guesthouse als enige blanke tussen een dozijn van die ruige,
donkere mannen. Ze zijn waarschijnlijk niet zo gevaarlijk als ze eruit zien,
maar vannacht slaap ik toch met mijn 3 sloten op de deur dicht. En morgen ben
ik hier WEG!
15 augustus Mt. Hagen
Vannacht slecht gedroomd...geweerschoten... ik schiet wakker...buiten
op straat hoor ik rumoer...dronkaards,denk ik...zoals altijd...ik slaap weer
verder... 't was maar een nare droom?
Vandaag kan ik een beetje uitslapen. 't Is acht uur voorbij als ik naar de eetzaal
ga voor mijn ontbijt. Ik wens de mannen goede morgen. Of ik vannacht die geweerschoten
gehoord heb? D'er zijn 2 rivaliserende stammen aan 't vechten geweest. 't Zal
mij worst wezen! Straks benik terug naar Mt. Hagen. Zolang als ze mijn PMV niet overvallen, ben
ik al meer dan tevreden. Ruzie en oorlog zit precies beter ingebakken in het
menselijk instinct. Als ik naar Thomas' winkel wandel, regent het noig steeds.
Ik heb medelijden met al die mensen die hier in de moddder rondploeteren. Maar
ze lachen nog altijd even mooi, net als gisteren. Ik vertel Thomas dat ik het
hier voor bekeken hou. Met zijn auto gaan we mijn rugzak ophalen en hij brengt
me naar het PMV-station. Door het raam het landschap bewonderen is er ook niet
meer bij. De ramen hangen van boven tot onder vol modder., net zoals mikjn medepassagiers.Ze
stinken. Open up, you know that you can! Jaja, ik doe mijn best! Ik wring mijn
mondhoeken omhoog. Jaja, het lukt! De meneer langs me lacht nu ook zijn tanden,
euh tandvlees bloot. Overvallen worden we niet. Niet dat we iets te vrezen hebben,
want halfweg merk ik op dat mijn achterbuur een joekel van een manchete bij
zich heeft. Als we Mt.Hagen naderen, begint het op te klaren. Het guesthouse
van eergisteren heeft nog een plaatsje vrij.Jipie, dat wordt vanavond weer openhaard!
Ik ga snel wat internetten. Ik ben nerveus! Wat vonden ze van de foto's? Geen
e-mail van… Jammer… ik probeer het me niet te hard aan te trekken. Foto's… Ik
heb er de laatste 2 dagen niet veel meer kunnen maken? 't Weer was te slecht en
leuke koffiemomenten zijn er dan ook niet bij. Ik heb te veel foto's van vrouwen.
Ik wil afwisseling in mijn foto's. Zoals mijn eerste zes. Ik wil ze thuis laten
dromen, maar hoe moet ik dat doen met zoveel regen en modder? Hopelijk brengt
de ochtend raad.
16 augustus - Mt.Hagen
Ik moet vandaag dringend naar de bank. Ik ben platzak. Veel zin heb ik daar
niet in. Want een bank betekent, meer nog dan bij ons, een
lange wachtrij. Sandy en Harley denken ook al dat het niet zo vlug zal gaan.
Al is't alleen maar omdat ik geld wil afhalen met mijn VISA-kaart. Daar schijnen
ze soms nogal moeilijk over te doen. Om vijf voor negen sta ik al voor de deur.
Het lijkt nog gesloten, maar de bewaker gebaart me om binnen te komen. Ik bereid
me voor op een lang wachten. Ik haal mijn liefste glimlaach boven, verzamel
al mijn geduld en stap binnen. Hu? Geen wachtrij? Ik kan meteen naar het loket.
Ik begroet het meisje vriendelijk en als tegenprestatie maakt ze het me helemaal
niet moeilijk Binnen de kortste keren ben ik terug in het guesthouse., waar
ze hun ogen serieus open trekken. Tja, Belgische charme zeker?
Als Sandy mensen gaat oppikken op de luchthaven, geeft ze me een lift en zet
me af bij het mobile oil service station. Daar heb ik afgesproken met James
Kewa, de zoon van de oude vrouw in de luchthaven van Port Poresby, weet je nog wel. James neemt me mee naar
zijn dorp. Zijn familie is heel vereerd me te zien. Ik ben de eerste blanke
die hun dorp bezoekt! Onvoorstelbaar eigenlijk op zo'n korte afstand van Mt.Hagen.
Mijn bezoek wordt erg op prijs gesteld. De oudere mensen nemen mijn hand vast
en houden ze zo lang mogelijk vast. Een enkele vrouw geeft me een knuffel. Het
regent niet meer, de zon schijnt en er heerst een vredige stilte in het dorpje.
Langs de koffiebomen volg ik James naar de hut van zijn broer. Die ligt er heel
netjes bij. Ze hebben zelfs een gazon. In de tuin groeit een mandarijntjesboom.
Zo'n lekker zoet en sappig mandarijntje, dat lust ik wel! Ik vraag of ik er
eentje mag plukken. De dorpelingen proesten het uit van het lachen, als ze mijn
snoet zijn bij mijn eerste beet. Een citroen is hier niks tegen! Die zoetigheid
kan ik op mijn buik schrijven. Binnen de kortste keren krijg ik echter vers
suikerriet aangeboden en komt mijn zoet lekkerbekje toch aan zijn trekken. Mama
krijg ik niet te zien. Ze is naar de terminal om me te gaan opwachten. Het arme
mens heeft al een hele week naar me zitten vragen. Nu het eindelijk donderdag
is, denkt ze dat ik met het vliegtuig kom. James moet terug aan't werk. Ik keer
terug naar de stad. Het moment om mijn dagboek op de site te vervolledigen en
nog enkele foto's uit te kiezen. Het valt me op dat het weer twee portretten
zijn. Sorry, ik vind mensen zo mooi! Ik zal proberen om vanaf morgen wat meer
variatie te brengen. 't Is alleen zo moeilijk om landschappen te trekken met
dit ding.
Er is een kracht
Die groot genoeg is
Om onzichtbaar te zijn
Verborgen in een hart
Of een ogenblik
Wacht ze op iemand
Die haar kan zien
En die haar een gezicht geven kan
De lach van een kind
De warmte van de zon
De kleuren van de zee
Zoiets als een God |
17 augustus - Mt. Hagen
In de krant lees ik dat de show pas morgen begint. ( en dus niet vandaag
zoals iedereen mij al de hele week vertelt , typisch PNG volgens de ex-pats).
Het guesthouse is het hele weekend volgeboekt. Mijn enige hoop om te kunnen
blijven, zijn de pitoukes. Die komen straks toe. En ik hoop maar dat ik dan bij
hen op de kamer mag slapen. Voorlopig pak ik mijn rugzak in en zet hem bij de
balie. Vanochtend heb ik om acht uur afgesproken met James. Hij neemt me weer
mee naar zijn dorp, waar ik de mensen weerzie die ik gister heb ontmoet. Mama is
aan't werk in haar tuin. Een kleine jongen wordt naar haar toegestuurd om
mijnkomst te melden. Even later is ze daar. Ze is in alle staten. Ze pakt me
vast en laat me niet meer los. Ze is zo blij ok me te zien. Ik geef haar de
pakjessoep, de pot Nescafe en een oud t-shirt dat ik voor haar heb meegebracht.
Ze begint te wenen. Niet doen, daar kan ik niet tegen, zanne. James vertelt me
dat ik dezelfde neus en handen heb als zijn zus die drie jaar geleden is
overleden. Met de hele familie trekken we naar de luchthaven. James' vader werkt
er en die wil mij ook perse ontmoeten. Van hem krijg ik een bilum cadeau ( jaja,
weer eentje, zo raken ze die op de markt nooit kwijt ). Wederom moet de
plichtsbewuste James aan't werk en brengt me eerst naar mijn guesthouse. De
pitoukes zijn er nog altijd niet. 't Begint nu wel te spannen of ik vanavond een
dak boven mijn hoofd ga hebben of niet. 't Is veel te mooi weer om binnen te
blijven wachten. Ik trek de stad in. Het krioelt er van de mensen. 't Is Vrijdag
en dan komen ze allemaal hun inkopen doen. Nu de zon schijnt is de stad zoveel
kleurrijker. Ik denk er even overom wat foto's te nemen. Ik twijfel en besluit
eerst even over de markt te wandelen. Deze is omheind en ik moet langs een poort
naar binnen. Een heel gewriemel met al die mensen. In nog geen 2 minuten tijd
voel ik drie keer een hand in mijn broekzak glijden. Ik mep er meteen op los. De
een kijkt onschuldig de andere richting uit, maar een ander is blijkbaar heel
nieuwsgierig naar die meppende blanke. Hij kijkt me recht in de ogen. Ik grijns
terug :“Mislukt, jong!” Het is opmerkelijk hoe je op een paar minuten tijd je
ogen traint in het detecteren van grijpgrage vingers en glurende ogen. Met mijn
handen in mijn zakken wandel ik over de markt. Wederom zie ik een paar
prachtfoto's. Maar de goesting om mijn fototoestel uit mijn bilum te vissen, is
nu wel eventjes over. Later op straat fluisterd een kerel me toe dat er dieven
achter me aan zitten. Jaja, ik weet het nu ondertussen wel. Terug in het
guesthouse, zijn de pitoukes toegekomen. Ze hebben er helemaal geen bezwaar
tegen, dat ik in hun kamer slaap. Ik zou ze wel kunnen zoenen!
18 augustus - Mt. Hagen
't Is twintig na acht en James is er nog steeds niet. Iedereen in het
guesthouse is al vertrokken naar de show. Ik besluit dan maar om in mijn eentje
te vertrekken. Op weg naar de markt moet ik voorbij 2 politieauto's, waar een
massa volk rond staat. Vijf politieagenten proberen een of andere gangster in
hun voertuig te krijgen. Dat lukt niet goed en de gangster weet zich los te
wringen. De massa zet het op een lopen. Ik zit er natuurlijk weer middenin en
wordt meegesleurd. Als ik even later in de PMV zit klopt mijn hart nog altijd in
mijn keel. De PMV zet ons zo'n twee kilometer voor de ingang van de showgrounds
af. De rest moeten we te voet doen. Ik als 'white-lady-alone-not-safe' krijg een
lift van de politie. De toegang kost slechts 2 kina. Een beetje onzeker ( na
mijn ervaringen van de laatste dagen ) begeef ik me op het terrein. De
deelnemende groepen zijn al druk bezig met de voorbereidingen. Gezichten worden
geverfd met de felste kleuren, veren worden in de hoofddeksels gestoken,
lichamen worden ingesmeerd met modder of olie, een laatste sigaretje wordt
opgestoken ... . Voor alle duidelijkheid: dit is geen toeristische attraktie.
Het toeristengehalte ligt beduidend hoger dan elders, maar dan nog zijn het er
heel weinig. Alle stammen uit de omgeving zijn aanwezig. Het is de bedoeling
dat ze kennis maken met elkaar en dat ze inzien dat de mensen aan de andere kant
van de berg zo slecht nog niet zijn. De groepen beginnen zich op te stellen,
klaar om de arena te betreden. Ze worden al een beetje nerveus. Velen onder hen
hebben hier al weken naar uitgekeken en nu is het dan bijna zover. Terwijl ze
wachten, oefenen ze hun dans nog een laatste keer...en nog eens een keer...en
nog eens een keer... De zon is moordend vandaag. Al vlug is het tropisch warm.
Overal waar je kijkt zie je prachtig gekleurde gezichten en fraaie gevederde
hoofdeksels. Het gras en de veren op de talloze achterwerken accentueren hun op
en neer gaande beweging. Trommelvellen worden gegeseld door ritmisch slaande
handen. Wilde kreten weergalmen. En even zie je weer de fierheid van de
onverschrokken krijger. Bogen en pijlen worden weer omklemd, speren boven de
hoofden getild. Eindelijk kan ik mijn fotografisch hartje nog eens ophalen. De
filmpjes vliegen erdoor. Aan het eind van de dag zit ik moe maar voldaan bij de
openhaard. Nog even nagenieten ...
19 augustus - Mt.Hagen
Dansers van Madang
Jullie trommels geven het ritme aan
van de golvende zee
van prachtige, bruine,
glimmende lichamen
waarop gevederde hoeden varen
als schepen
op en neer
gedreven door stemmen
die huilen als de wind
Nergens anders ter wereld
waar je zulk een schoonheid vindt |
20 augustus - Rabaul
Eindelijk geraak ik weg uit Mt.Hagen. Om 10.20hr stijgt mijn vliegtuig op
richting Port Moresby. James' moeder, vrouw en schoonzus komen me uitwuiven. En
je raaadt het nooit, ik krijg weer een bilum. Net voor we gaan landen krijg ik
hevige krampen in mijn buik. Ik zie me dan ook genoodzaakt om meteen bij het
openen van de deur me een weg naar buiten de wringen en naar het toilet te
spurten. Ik ben er net op tijd. O, dit kan ik nu echt wel missen. Ik pak meteen
twee motiliums in. Ik hoop maar dat het helpt, anders moet ik nog naar mijn
immodiums gaan zoeken. Ik krijg nog een aanval en dan is het over. Mijn darmen
voelen nog rommelig, maar het gaat. Zo kan ik toch nog genieten van mijn vlucht
naar Rabaul op New England. Het zicht vanuit het vliegtuig is al veelbelovend.
Je ziet de riffen zo in het water liggen en zover het oog reikt zie je
palmbomen. Eens geland op de kleine nieuwe luchthaven van Rabaul, besef ik dat
ik nog geen transport en logement heb. Ik klamp een van mijn medereizigers aan
en vraag waar hij naar toe gaat. Hij blijkt een hotel in Rabaul geboekt te
hebben en een busje van het hotel komt hem oppikken. En jaja, met mijn lieve
lach geraak ik weer aan een lift naar de stad. De rit duurt ongeveer 45 minuten.
Van de chauffeur krijgen we een hele uitleg over hoe het eens zo mooie Rabaul in
1994 onder de lava en het puin van de vulkaan Tulvurvur werd bedolven. Onderweg
komen we voorbij de impossante vulkaan Vulcan en de tunnels die de Japanners
tijdens de WWII hebben gegraven. Doorheen de palmbomen zie ik de zon langzaam
ondergaan. Na Mt.Hagen is Rabaul een hele verademing. Geen tralies voor de ramen
en de deuren, geen hekken en geen prikkeldraad. De budgetkamers van Hamamashotel
zijn jammer genoeg allemaal volzet en ik zoek mijn onderkomen in Barike Land
Guesthouse. De uitbater lijkt verbaast nog eens een gast te zien. 't Is
ondertussen al donker. Te laat om nog op zoek te gaan naar eten. Mijn avondmaal
wordt een blikje zwanworstjes, dat ik na hard zwoegen open krijgen ( heb geen
blikopener bij). Een mens kan gelukkig heel inventief zijn als hij honger heeft.
21 augustus - Ergens aan de kust op New
Ireland
De dag is nog jong als ik aan mijn ochtendwandeling begin door de straten
van Rabaul. Een strandwandeling wordt het jammer genoeg niet. Het strand is
volledig privedomein, de ene werf na de andere. Ik neem een kijkje op de markt
waar iedereen druk in de weer is met zijn waren uit te stallen. Ik ga mijn
rugzak oppikken in het guest house en pak de pmv richting Kokopo samen met een
bende schoolmeisjes. Ze giechelen er oplos, vooral als er jongens in het vizier
komen. Voor het eerst rijd ik mee in een open pmv. Stof slikken dus. Ik geniet
echter met volle teugen van de rit. De woorden 'rascal' en 'local' zijn hier
blijkbaar vervangen door 'missus' en 'boys'. Af en toe krijg ik weer een glimp
van de zee en een palmbomenstrand. In Kokopo ga ik op zoek naar een
'bananenboot' die naar New Ireland vaart. De locals verwijzen me naar een klein
stukje strand, waar deze aanmeren. Vier uur later zit ik er nog steeds. Er zijn
wel 2 bootjes toegekomen, maar de 'crew' is verdwenen en de bootjes liggen er
nog steeds verlaten bij. Net als ik denk om dan toch maar met het minder
avontuurlijke en duurdere vliegtuig te gaan, komt er weer iemand opdagen. En ja,
ik kan mee. Mijn rugzak wordt samen met andere cargo onder 4 grote zeilen
gestopt en ik krijg een regenjas. Dat beloofd! Ik maak het me gemakkelijk aan
boord en leg me achter de cargo. De zee is tamelijk ruw en ondanks de regenjas
ben ik binnen de kortste keren nat tot op het bot. We meren een drietal keren
aan op eilandjes, waar zelfs Robison Crusoë jaloers op zou zijn. De kinderen
hier hebben een pracht van een glimlach en verscheiden hebben zelfs een blond
kopje. De laatste 2 urem zitten we echt in volle zee en menig hoge golf slaat in
het bootje. De zon brandt inmijn gezicht en het zout op mijn lippen. Toch geniet
ik: ik zit op zee! Als we net voor zonsondergang de kust van New Ireland
bereiken, ben ik gepekeld! Hier zou menig kannibaal wel een brokje van lusten.
Er is geen enkele pmv die nog naar Namatanai rijdt, maar ik mag in een van de
hutjes op het strand blijven slapen. WAW! En het is nog netter dan veel van de
guesthouses hier. Ik mag een koude douche nemen. Ik heb maar een broek bij en
die is dus kleddernat. Mijn gastvrouw wilt echter al lang zo'n broek en al gauw
wordt er een perfecte deal gesloten. In ruil voor mijn natte broek, krijg ik een
droge lap-lap ( wikkelrok ) Voor ik me te slapen leg, haal ik mijn pot Nescafé
boven. Dit strand en dit dorpje verdient een heerlijk koffiemoment.
22 augustus - Kavieng
Vandaag heb ik weer een zware dag voor de boeg. Om zeven uur staat de PMV al
startensklaar. Ik mag naast de chauffeur zitten. We rijden langs de
wonderlijkste stranden naar Namatanai. Op onze weg vinden we talrijke vredige
dorpjes, waar naakte kindjes ons nawuiven. Na onderhalf uur rijden, bereiken we
het kleine stadje. Daar laad ik mijn spullen over in weer een andere PMV. En
weer mag ik naast de chauffeur plaats nemen. Ook nu rijden we langs prachtige
stranden, maar soms ook door de jungle. Binnen de kortste keren is het snikheet
in dit rammelding. Het grootste gedeelte van de weg is nog niet eens
geasfalteerd. Mijn trip van vandaag is dus minstens zo hobbelig als die van
gister. Iets na drieën kom ik half gaar gestoomd toe in Kavieng. Maar ik weiger
te klagen na al die regen van vorige week. Ik boek een kamer in Kavieng Hotel en
ga meteen op pad. Ik wandel naar de waterkant en weet een bootje te versieren
naar Nusa Island. Dat is mijn goedkoopste optie voor 4 dagen paradijs en naar
hartelust duiken. De kleren die ik draag, spreken voor zich. Ik krijg meteen een
fikse korting. Dat zit al goed mee. Ik hang nog even rond op het eilandje
vooraleer ik weer naar Kavieng terugkeer. Tijdens het avondeten geraak ik in
gesprek met 2 Aussies. Die vertellen me de laatste nieuwtjes. Zo zonk vorige
week nog een bananenbootje. Niemand die het overleefde. Er werd een priester
doodgehakt in zijn slaap en in Kavieng werd een rijke blanke doodgeschoten.
Hmmm! Slaap wel Natasja!
23 augustus - Nusa Island
Vraag me niet hoe ik het gevonden heb, maar ik heb het gevonden. Internet
bedoel ik. Verscholen achteraan in een in onze ogen amateuristisch opgezette
muziekstudio, achter stapels boeken en stapels papieren, videobanden en andere
rommel staat bier een pc MET internetverbinding. Maar traag, heel traag! Ik
krijg net 6 foto's verstuurd, maar van mijn dagboek aanvullen komt niks van in
huis. Rond de middag komt de boot van Nusa Island me oppikken. On my way to
paradise! Nusa Island IS een paradijs! In kan meteen mijn intrek nemen in één
van de weinige bungalows. Een pracht van een ding. Helemaal gemaakt van takken
en gedroogde bladeren. Boven een tweepersoonsbed hangt een groot muskietennet.
Er zijn een paar houten rekken. Mijn veranda heeft uitzicht op het strand. Dit
worden 4 dagen op blote voetjes. Aan elke hut staat er dan ook aan de deur een
kom met water om je voeten af te spoelen. Op het eiland bevindt zich ook een
kleine lokale gemeenschap. Mijn hart wordt binnen de kortste keren veroverd door
die kleine blonde kopjes met hun magisch glimlach. ik heb je naam geschreven in
het zand op het strand in het licht van de ondergaande zon Ik heb aan jou
gedacht en aan de liefde die ik voor je had al die maanden lang ik heb omjou
geweend zoals men dat doet als men van iemand afscheid neemt en toen het laatste
straaltje zon in het water gleed heb ik je naam in het zand heel zachtjes
uitgeveegd.
24 augustus - Nusa Island
Het is heerlijk om te ontwaken op Nusa Island. Tropische vogels begroeten al
vrolijk kwetterend de dag. En zachte golven spoelen op het strand. Door de
kiertjes van de hut sluipen de oranje straaltjes van de opgaande zon naar
binnen. Wakker worden op het ritme van de natuur! Zalig! Ontbijten doe je buiten
onder de palmbomen dicht bij het helblauwe water. Het grootste gedeelte van de
dag breng ik door op zee. Het is hier echt geweldig duiken. De koralen vormen
een uiterst indrukwekkend en dramatisch landschap, vooral bij Albatros Passage.
Het is een duikplaats die tot één van de beste ter wereld wordt gerekend. Als de
stroming goed zit tenminste. We wachten 2 uur in ons bootje op een landwaartse
stroming die vers water meebrengt. Uiteindelijk kunnen we niet langer
uitstellen. De zeewaartse stroming is niet te sterk, dus we wagen het er op. Het
water is nog vuil en de zichtbaarheid is niet denderend, maar het
onderwaterlandschap maakt een enorme indruk op me. Bij goed zicht moet deze
plaats echt wel fabelachtig mooi zijn. 't Is laat in de namiddag als we terug
toekomen op Nusa-Island. Ik neem vlug een douche. Vanavond zijn we uitgenodigd
om bij Rodney op zijn boot ( de Barberrian II ) te gaan eten. Als aperitief is
er veel te warme rode wijn. Na 3 glaasjes en 2 happen spagetti houdt mijn maag
het voor bekeken. Ik leg me neer op de boeg, waar een fris windje waait. Ik weet
nog heel even van de sterrenpracht te genieten vooraleer ik op het ritme van de
deining in slaap word gewiegd.
26 augustus - Ergens op zee rond Nusa Island
Tja, soms moetje een klein beetje geluk hebben in je leven. Je ontmoet niet
elke avond een eenzame zeebonk die jou en je duikmaatjes wil meenemen op een
mini-cruise op de Bismarckzee. Aangezien ik weg ben van varen en wiegende zonsondergang
in een verlaten baai, is dat een aanbod dat ik niet kan weigeren.
Kinderen van Cousteau zijn
wij
die begroet worden
in het diepe blauw
door kleurrijke, gevinde wezens
met een nieuwsgierigheid
die geen enkel kwaad vermoed
Op weg naar het paradijs zijn wij
als we afdalen
in het diepe blauw
waar tijd een ander ritme heeft
en schoonheid harten smelten doet |
27 augustus - Port Moresby
Ik had me het afscheid van Nusa - Island aanvankelijk veel emotioneler
voorgesteld. Wie wil er nu weg uit het paradijs? Maar wat is de waarde van een
paradijs als je vrienden aan de andere kant van de wereld zijn? Ik voel dan ook
opluchting en opwinding als ik het vliegtuig opstap in Kavieng. Vanop de
luchthaven in Port Moresby bel ik naar Ambers Inn. De goede guesthouse opties
zijn namelijk volzet. Ook Ambers Inn is volledig volgeboekt. Toch laat de
receptionist mij oppikken met het busje van het hotel. Dan ben ik tenminste
veilig, zegt ie. Wat zijn ze hier lief, hè? Om zeven uur blijkt er iemand niet
te zijn komen opdagen. Yes! Een kamer!
28 augustus - Port Moresby
Dus zo voelt het aan om artiest te zijn. Daar sommigen wordt je de hemel in
geprezen en anderen boren je genadeloos in de grond. Dat lijkt me een wreed
bestaan voor iemand zoals ik, die zou willen dat de hele wereld van haar hield.
Maar bij nader inzien is dat misschien wel een heel egoïstische wens. Da' s
eigenlijk helemaal de bedoeling niet. Misschien is het wel goed dat af en toe
iemand heel kritisch over je is. Het dwingt je om stil te staan bij de keuzes
die je maakt en heel bewust je weg te kiezen. Ik kan niet zeggen dat mijn
reisroute door dit land echt bewust was uitgekozen. En als je mijn foto's en
teksten bekijkt is er een lijn, maar dikwijls ook een bokkensprong. Veel logica
zit er niet inderdaad niet in. Laat ons zeggen dat ik mijn hart en het toeval
gevolg heb. Dat lijkt me heel aannemelijk gezien het doel waarvoor ik hier kwam.
Dat doel is opening up. Open staan voor mensen niet hun eigen ideeën en hun
eigen cultuur. Persoonlijk vind ik dat ik daar tamelijk goed in ben geslaagd.
Het is een vermoeiende bezigheid, vooral in een land als dit. Langs de andere
kant is het gemakkelijker dan elders, want dit is het land van de glimlach. Het
lijkt wel of 2 culturen harmonieus zijn samengesmolten, maar dat is zeker niet
het geval. Het fenomeen heeft voor een tweedracht gezorgd in de geesten van de
bewoners, die heel het land aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Mensen
dwingen zichzelf de waarden die in hun genen zijn gebrand te verloochenen. En
dat omdat de witte man zegt dat dat zo hoort. Het heeft me steeds weer verbaasd,
hoe ik hier behandeld werd. Deze mensen hebben eeuwenlang oorlog gevoerd met
alles en iedereen die niet tot hun stam. behoorde. En ik word hier onthaald met
de grootste gastvrijheid, die ik ooit heb mogen ondervinden. Je zou denken dat
het ze om het geld te doen is. Geen enkel woord of enkele handeling wijst daar
echter op. Toch niet op de korte termijn. Misschien voelen ze zich waardevoller
en gewaardeerd als ze zo'n 'intelligente' blanke uit de nood kunnen helpen. En
om je te helpen, rennen ze echt de benen onder hun lijf. De hulp is dikwijls
niet efficiënt of weldoordacht. Als 'hulpbehoevende' moet je ze dikwijls
aanwijzingen en leiding geven. Die nemen ze ook zonder tegenstrubbelingen aan.
Op de meeste plaatsen zou je blanke willetje je zuur opbreken. 't Is al bij al
een heel merkwaardig gegeven. Misschien moet ik het ze gewoon maar eens vragen
waarom, vooraleer ik weer naar huis toe ga.
29 augustus
Duizend momenten
onvergetelijk
heb jij aan elkaar geregen
mijn lieve, lieve Papua
Duizend glimlachen
zo warm als de zon
werden verankerd in mijn geest
Nog nooit is een volk
zo open up voor mij geweest |
30 augustus - Thuis
Wie kan mij deren
als ik weet dat er een vriend wacht
aan de andere kant van de oceaan
Wat moet ik vrezen
als de lach van een vriend
mijn fouten in bescherming neemt
Waarom om hulp schreeuwen
als vriendenhanden reiken
nog vooraleer ik val
Het is goed te weten
dat het voor een vriend voldoende is
dat ik een poging heb gedaan |
|